<<-----

FORTY YEARS OF BOREDOM 1968-2008
(Rotterdam NL: ‘Redefine the Enemy’, TENT., 2008)

Room 1: Follow Us or Die
Filmpamflet waarin een kader werd geschapen voor een hedendaags verzet, in relatie tot een film van Guy Debord en de zogenaamde ‘high school shooters’. In het verlengde van Debord’s notie van de ‘spektakelmaatschappij’ werd het begrip ‘digitalisering van de samenleving’ geïntroduceerd, waarin Debord’s visie op het spektakel een zekere mate van ‘onschuld’ en sentimentaliteit werd toegedicht. Waar Debord nog ongegeneerd kon spreken van ‘vervreemdende arbeid’, is deze voor de huidige generatie niet eens meer als zodanig herkenbaar. De loskoppeling die Debord besprak tussen arbeid en de doeleinden van productie, werden in de installatie verruimd naar die van het individu: het ‘Second Life’ principe, waarin ‘de werkelijkheid’ als zodanig is afgeschreven door zijn gebrek aan consumeerbaarheid.

Room 2: Citations
Twee ingesproken teksten hoorbaar op koptelefoon: 1. Natural Selector's Manifesto (2007) door Pekka-Eric Auvinen, ingesproken door Staal; 2. JC-001-026343/4 (1999) door Eric Harris, ingesproken door Van Gerven Oei. In ‘Citations’wordt de retoriek van de high school shooters geapproprieerd door de kunstenaar en schrijver in relatie tot hun eigen, ingesproken filmpamflet ‘Follow us or die’ (2008). Hiermee legden de kunstenaars een direct verband tussen het ‘verzet’ van de high school shooters en hun eigen ‘verzet’, dat zij duidden als ‘het zoeken naar een onmogelijke uitweg.’

Room 3: Against Irony
Gegraveerde tekst op vier geschuurde Belgisch hardstenen platen. In dit pamflet verzetten de kunstenaars zich nadrukkelijk tegen het beroep op ironie binnen zowel kunstzinnige als theoretische vertogen.
Download de volledige tekst hier

Room 4: Réfutation...
Filmpamflet van Guy Debord naar aanleiding van de reacties op zijn eerdere film 'La société du spectacle' (De spektakelmaatschappij, 1973). In ‘Réfutation de tous les jugements...’ stelde Debord de onmogelijke positie van een ‘objectieve beoordeling’ door de toeschouwer van zijn film aan de orde. Hiermee doorbrak hij het ideaal van een valse betrokkenheid vanuit de toeschouwer: juist de onmogelijkheid te ‘begrijpen’, de onmogelijkheid ‘één’ of ‘betrokken’ te zijn met het kunstwerk, maatschappelijke bewegingen, politiek, vormde hier de binding tussen maker en beschouwer. In de tentoonstelling werd de film getoond in het Frans, op een sokkel van ongeveer drieëneenhalve meter hoog, waardoor deze voor toeschouwers onmogelijk in zijn volledigheid te bekijken was. Debord speelt in de tentoonstelling dan ook geen rol als ‘kunstenaar’, maar als een punt van markering van een kritisch-activistisch vertoog. Zijn conceptie van (de onmogelijkheid tot) betrokkenheid kreeg zo een letterlijk visuele dimensie

Concept en productie in samenwerking met Vincent W.J. van Gerven Oei


Mede mogelijk gemaakt door: TENT., Rotterdam (NL); Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, Amsterdam (NL)
1